De bloementuin

Voor de onlinedienst van Pasen was de oproep uitgegaan of kinderen en grote mensen een bloem wilden maken, zodat de kerkzaal een bloeiende tuin zou zijn. Ik was zo benieuwd of het zou lukken. Hoeveel bloemen zouden er worden gemaakt en gebracht? In gedachten zag ik het hele liturgische centrum al vol bloemen staan.  Maar ja, afwachten. Best spannend eigenlijk. Hierover gaat het volgende verhaaltje:

 

Een teken vol kleur
bloementuinToen het lente werd kwam de Man Met De Witte Trui in de tuin. Hij had een grote doos met zaadjes. Aan alle vogels gaf hij een handjevol. “Wil je die zaadjes zaaien bij jullie nest?” Als het dan zomer is staan overal prachtige bloemen te bloeien. En alle vogels beloofden dat te zullen doen. Het leek hen wel prachtig. Vrijdag kwam de Man Met De Witte Trui weer eens kijken in de tuin. “Waar zijn jouw bloemen?” vroeg hij aan de witte vogel. “Ach man, zeur op. Jij altijd met je bloemen. Denk je dat ik tijd heb om te zaaien en naar bloemetjes te kijken?” Nou zeg, zei de Man Met De Witte Trui, “doe niet zo nurks, ik vraag maar.” En een beetje verdrietig ging hij naar de gele vogel. “Hoe is het met jouw bloemen, gele vogel?” “Ja hoor eens, Man Met De Witte Trui. Je weet dat ik een gebroken vleugel heb. Ik kan al bijna niet vliegen. Het gaat net weer een beetje beter.” “O, neem me niet kwalijk, maar ik ken wel mensen met een beperking die toch heel gewoon en goed meedoen hoor.” Zei de Man Met De Witte Trui toch wel een beetje teleurgesteld. En hij ging naar de paarse vogel. “Hoe is het met jouw zaad gegaan? Ik zie nog geen bloemen bij jouw nest.” “Ja, kijk Man Met De Witte Trui. Ik ben natuurlijk direct aan het zaaien gegaan. En ze kwamen ook wel mooi op. Maar toen kreeg ik het druk, druk, druk. Ik heb geen tijd gehad om ze te verzorgen en toen zijn ze jammer genoeg doodgegaan. Maar weet je, geld genoeg. Ik koop wel een paar nieuwe hoor.” Het plan was … nou ja, laat maar.

En teleurgesteld ging de Man Met De Witte Trui naar huis. “Wat loop jij nou te somberen”, vroeg ineens de zwarte vogel met de gele snavel. De Man Met De Witte Trui vertelde dat hij wat teleurgesteld was, en onzeker of er misschien geen bloemen in de tuin zouden bloeien.” En dan ben ik nog wel jarig ook. “Wel, wel, wel,” zei de zwarte vogel, “Wat zijn we weer zielig, wat zijn we weer dom. Jij kijkt alleen naar wat er niet is. Kom morgen nou maar gewoon je verjaardag vieren dan zal je eens wat zien.”

Nog steeds een beetje somber kwam de Man Met De Witte Trui vanmorgen in de tuin. En wat zag hij? Overal een zee van bloemen. Al de andere vogels hadden het zaad gezaaid. En toen de plantjes kwamen, hadden ze er goed voor gezorgd en precies op tijd stonden ze heel mooi te bloeien. Prachtig, prachtig. Je moet eens wat meer kijken naar wat er wél is, Man Met De Witte Trui. Daar word je pas vrolijk van,” zei de zwarte vogel met de gele snavel. En toen zag hij dat er ook bij het nest van de witte en de gele en de paarse vogel bloemen stonden te bloeien. Daar had de zwarte vogel met de gele snavel nog gauw voor gezorgd.
(met dank aan Bart Metselaar)

Bijbeltekst van de dag

  • Kortom, de wet hield toezicht op ons totdat Christus kwam, zodat we door ons vertrouwen op God als rechtvaardigen konden worden aangenomen. Maar nu het geloof gekomen is, staan we niet langer onder toezicht, want door het geloof en in Christus Jezus bent u allen kinderen van God. -- Galaten 3:24-26